Overslaan en naar de inhoud gaan
verwerkt
Aan

Digitale geletterdheid, kritisch denken en ondernemerschap zijn de centrale vaardigheden die jongeren nodig hebben om hoopvol én handelingsbekwaam te kunnen zijn. Maar deze vaardigheden alleen zijn niet genoeg, jongeren hebben ook rolmodellen nodig. En ze hebben een samenleving nodig die deze vaardigheden voor álle jongeren toegankelijk maakt, ongeacht afkomst of thuissituatie.

Leestijd:
14 minuten
Afbeelding
Ruben Brave

Dit artikel in de serie ‘hoop voor jongeren’ begon als een persoonlijke zoektocht. Als vader van twee dochters met gemengde roots – Eva en Nova – vroeg ik me af: wat hebben zij nodig om veerkrachtig, vrij en kritisch op te groeien in een wereld die vaak meer vraagt van meisjes van kleur, maar minder geeft? Als ondernemer, investeerder en mentor zie ik dagelijks hoe technologie, media en ongelijkheid de kansen van jongeren beïnvloeden – en hoe weinig structurele bescherming er bestaat tegen schadelijke invloeden van buitenaf.

Ik zie hoop hebben niet als een vanzelfsprekendheid, maar als een verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij jongeren zelf, maar bij ons – ouders, professionals, beleidsmakers – om een omgeving te creëren waarin zij de vaardigheden en de voorbeelden vinden om zelf te navigeren. 

Hoop is niet passief. Het is geen afwachten en vertrouwen dat de toekomst vanzelf beter wordt. Hoop is een keuze, een daad. Dat betekent in een tijd van dogma’s en beperkingen weigeren je neer te leggen bij de conventies die je omringen. En beseffen dat echte vooruitgang begint bij zelf kijken, zelf denken, zelf doen. Want hoop betekent ook: autonomie opeisen. Het betekent je niet neerleggen bij de wereld zoals hij is, maar hem actief proberen vorm te geven. Dat is wat jongeren vandaag moeten kunnen doen. Dit artikel is mijn poging om iets achter te laten. Voor mijn dochters. Voor alle jongeren die opgroeien in deze onzekere wereld. Voor iedereen die zich afvraagt: wat kunnen we doen?

De pauwenbloem: een symbool van hoop

Er zijn momenten waarop de toekomst tastbaar wordt. Niet als een abstract idee, maar als iets wat je in je handen kunt houden. Voor mij was zo’n moment de dag waarop ik samen met mijn dochters een kunstwerk adopteerde in Rijksmuseum Boerhaave. Het werk dat we kozen, De Pauwenbloem, is een botanische illustratie van Maria Sibylla Merian (1647-1717), een vrouw die haar tijd ver vooruit was. In een wereld waarin wetenschap en kunst vrijwel uitsluitend door mannen werden gedomineerd, koos zij haar eigen weg. Ze groeide niet op in een academische omgeving, maar bekwaamde zichzelf in zowel taal als beeldtaal. Waar anderen zich lieten leiden door de conventionele wijsheden van hun tijd, geloofde Merian in wat ze met haar eigen ogen zag.

In haar tijd dachten velen nog dat insecten spontaan ontstonden uit rottend materiaal. Merian nam daar geen genoegen mee. Ze observeerde, noteerde en tekende. Haar scherpe blik legde vast hoe rupsen zich verpopten tot vlinders en hoe insecten afhankelijk waren van specifieke planten. Ze gebruikte haar illustraties niet alleen als kunst, maar als wetenschappelijke documentatie. In een wereld waarin boeken nog niet toegankelijk waren voor iedereen, wist zij complexe natuurlijke processen begrijpelijk te maken voor een breed publiek.

Maar Merian was niet alleen een wetenschapper en kunstenaar. Ze was ook een ondernemer. Ze financierde haar eigen onderzoek door haar boeken en prenten te verkopen. Ze bouwde een onafhankelijk bestaan op en was een van de eerste vrouwelijke onderzoekers die zonder aristocratische of kerkelijke bescherming haar eigen wetenschappelijke pad koos. En misschien wel het meest opmerkelijke: op 52-jarige leeftijd besloot ze haar vertrouwde omgeving in Europa achter zich te laten en naar Suriname te reizen, gedreven door een ontembare nieuwsgierigheid en een verlangen om de natuur in haar volle glorie te bestuderen.

Suriname, een plek die ook voor mij en mijn dochters een diepere betekenis heeft. Het is een land dat verweven is met de geschiedenis van slavernij, maar ook met verhalen van veerkracht, culturele rijkdom en de voortdurende strijd om autonomie. Toen Merian in Suriname aankwam, zag ze niet alleen de exotische planten en dieren, maar ook de mensen en hun verhalen. In haar dagboeken schreef ze over de tot slaaf gemaakte vrouwen die planten gebruikten als een vorm van verzet, van genezing, van zelfbeschikking.

De pauwenbloem die Merian vastlegde, was zo’n plant. Giftig, maar ook geneeskrachtig. In de geschiedenis van slavernij werd deze bloem gebruikt als een laatste redmiddel door vrouwen die controle wilden houden over hun lichaam en hun lot, als anti-conceptiemiddel en, in sommige gevallen, om abortus op te wekken.[i] Dat Merian deze bloem documenteerde, betekent dat zij niet alleen de schoonheid van de natuur zag, maar ook de menselijke verhalen die ermee verweven waren.

Voor mij was dat een krachtig moment van herkenning. De vraag naar autonomie en zelfbeschikking is tijdloos. Wat betekent het om eigen keuzes te kunnen maken? Om je niet neer te leggen bij de bestaande structuren, maar je eigen weg te vinden? Want als hoop ergens begint, dan is het daar: in de mogelijkheid om zelf richting te geven aan je leven, ongeacht de obstakels die je voorgeschoteld krijgt.

Digitale geletterdheid

Merian is het type voorbeeld dat we collectief zouden moeten aanreiken aan álle jongeren. Niet als historische curiositeit, maar als levend erfgoed dat laat zien hoe denken, doen en durven met elkaar verbonden zijn. De vraag is dan: hoe zorgen we dat deze voorbeelden beschikbaar zijn, ook voor jongeren zonder vanzelfsprekende culturele toegang of ouderlijke ondersteuning?

Als vader en als iemand die zich professioneel bezighoudt met technologie en samenleving, zie ik dagelijks hoe groot de invloed is van internet en sociale media. Jongeren worden gevormd én vervormd door algoritmische logica, invloedrijke influencers en onzichtbare data-economieën. Te vaak bepalen externe narratieven wie je denkt te mogen zijn.

Daarom is digitale geletterdheid geen luxe, maar een noodzakelijk immuunsysteem. In mijn werk pleit ik voor een verschuiving van factchecking naar argument-checking: jongeren moeten niet alleen weten of iets waar is, maar begrijpen hoe overtuiging werkt – en hoe zij zich kunnen weren tegen manipulatie.[ii]

Ook thuis probeer ik deze vaardigheden spelenderwijs mee te geven. Zo besprak ik met mijn dochter Nova een gerucht dat viral ging op sociale media: de bewering dat het woord ‘homework’, achterstevoren gespeld (krowemoh), in het Latijn ‘kindermishandeling’ zou betekenen. In eerste instantie lijkt dit een eenvoudige factcheck: klopt dit of klopt dit niet? (Spoiler: krowemoh betekent niets in het Latijn.)[iii] Maar wat we samen ontdekten, ging verder dan het vaststellen van feitelijke juistheid.

Het ging er vooral om hoe dit soort beweringen overtuigend kunnen lijken. Welke logica wordt gesuggereerd? Welke emotionele of culturele reflexen worden aangesproken? En waarom zijn mensen geneigd zulke berichten te geloven en te verspreiden, ook als ze op het tweede gezicht niet kloppen? Dit is precies waar het idee van argument-checking relevant wordt: het analyseren van redeneringen zelf, inclusief de impliciete aannames, retorische trucs en narratieve mechanismen die overtuiging oproepen – los van feitelijke juistheid.

Jongeren moeten niet alleen getraind worden in het herkennen van nepnieuws of onwaarheden, maar vooral in het bevragen van hoe een overtuiging tot stand komt.[iv] In plaats van passieve ontvangers van feiten, worden jongeren dan actieve deelnemers in de vormgeving van publieke kennis en debat. Die kritische digitale pedagogiek reikt verder dan schoolvakken of burgerschapsles – zij raakt aan hun vermogen zich staande te houden in een informatiesamenleving vol manipulatie, verwarring en desinformatie.

Digitale geletterdheid is dus meer dan ‘weten wat waar is’, maar is ook begrijpen waarom we iets geloven, hoe we kennis waarderen en wat de gevolgen zijn van gedeelde overtuigingen. Juist in alledaagse situaties – een TikTok-video, een groepsapp of een gezinsgesprek aan tafel – ligt de kans om deze vaardigheden te oefenen. Niet vanuit wantrouwen, maar vanuit een houding van nieuwsgierigheid en weerbaarheid. 

Kritisch denken

Merian leerde door te kijken, te luisteren en door aannames te bevragen. Kritisch denken is niet abstract; het is een vaardigheid die alleen ontstaat in ontmoeting met andere werkelijkheden. In een samenleving waarin sociale en digitale bubbels elkaar versterken, moeten jongeren oefenen in omgaan met verschil. In luisteren. In het hanteren van complexiteit.

Kritisch denken én empathisch oordeelsvermogen kunnen niet los worden gezien van culturele ontmoeting en burgerschapsvorming. In een recente bijdrage op de website van Internet Society Nederland wordt betoogd dat wie geen inzicht ontwikkelt in de werking van retoriek en beïnvloeding, onvermijdelijk speelbal wordt van algoritmen, framing en digitaal versterkte halve waarheden. Deze bijdrage – getiteld Whoever does not study rhetoric, will be a victim of it – laat zien dat het in het digitale tijdperk niet volstaat om jongeren enkel te leren ‘wat waar is’, maar dat zij ook moeten begrijpen hoe waarheid overtuigend wordt verpakt en waarom sommige verhalen beklijven, zelfs als ze feitelijk onjuist zijn.[v]

Zeker met de opkomst van AI, deepfakes en virale desinformatie hebben jongeren een vorm van digitale pedagogiek nodig waarin kritisch denken wordt gecombineerd met empathisch oordeelsvermogen. Niet alleen om te leren twijfelen aan bronnen, maar ook om zich af te vragen wie er wordt uitgesloten in een verhaal, welke perspectieven ontbreken, en hoe retoriek macht en ongelijkheid kan bestendigen.

Zonder deze dubbele gevoeligheid – kritisch én empathisch – dreigt het internet een echo van algoritmen te worden waarin jongeren zich verliezen in schijnzekerheden. Onderwijs dat deze vaardigheden serieus neemt, is daarom niet enkel een voorbereiding op de arbeidsmarkt, maar een fundament voor democratisch burgerschap in de eenentwintigste eeuw.[vi]

In een tijd waarin mentale gezondheid onder druk staat en vertrouwen in instituties afneemt, is het essentieel dat jeugdbeleid gedragen wordt door meerdere perspectieven. Niet als tokenisme, maar als erkenning dat duurzame oplossingen alleen ontstaan wanneer ook de stem van jongeren met een migratieachtergrond, LHBTQI+-jongeren en anderen die zich niet herkennen in de dominante norm, serieus wordt genomen.

Bij het Nederlands Jeugdinstituut, waar ik lid ben van de raad van toezicht, heb ik aandacht gevraagd voor de vraag in hoeverre het beleid en de interventies van het NJI recht doen aan de leefwereld van jongeren van kleur – een groep die vaak buiten de beleidsmatige norm valt, terwijl zij juist met meervoudige uitsluiting te maken krijgen. Het gaat dan niet om symboliek, maar om structurele representatie en zichtbaarheid.

Daarnaast experimenteer ik in mijn werk met toegankelijke vormen van digitale pedagogiek, in samenwerking met universiteiten en maatschappelijke partners. Vanuit de Universiteit van Amsterdam werk ik mee aan de ontwikkeling van de cursus From Fact-Checking to Argument-Checking, die inmiddels door honderden studenten is gevolgd. Deze wordt nu in aangepaste vorm aangeboden aan ambtenaren, bibliotheken en jongerenorganisaties.

Het doel is helder: niet alleen leren wát waar is, maar vooral begrijpen hóe iets overtuigend wordt gebracht – en waarom dat ertoe doet. In een wereld waarin framing, retoriek en emotionele manipulatie steeds vaker het publieke debat bepalen, is dat onderscheid cruciaal. Jongeren leren redeneringen ontleden, drogredenen herkennen en hun eigen denkproces bevragen – vaardigheden die bijdragen aan digitale weerbaarheid én maatschappelijke participatie. 

We moeten jongeren het gereedschap in handen geven om hun eigen stem te vinden en hun plaats in de wereld met zelfvertrouwen in te nemen. In een tijd van informatie-overload, politiek cynisme en algoritmische polarisatie is dat misschien wel het meest hoopgevende wat we kunnen doen. Hiervoor zijn investeringen nodig in het onderwijs op het vlak van culturele curriculumverbreding, waarin jongeren kennismaken met diverse rolmodellen. We kunnen niet verwachten dat elke jongere zelf de kracht vindt om zich te redden in een systeem dat hen vaak onvoldoende ondersteunt. We moeten structureel zorgen dat ze de juiste instrumenten en voorbeelden aangereikt krijgen.

Ondernemerschap

Ondernemerschap gaat niet alleen over geld, maar over het vermogen om initiatief te nemen en jezelf een toekomst toe te eigenen. Ik zie het in mijn dochter Nova, die als tiener een winkel opzette via WhatsApp, en spelenderwijs leerde over marketing, ethiek en besluitvorming. Die vaardigheden zijn cruciaal in een wereld waarin klassieke structuren minder zekerheid bieden. 

Ondernemerschap is in deze tijd meer dan ooit een hefboom voor maatschappelijke participatie, economische onafhankelijkheid en intergenerationele vooruitgang. In een samenleving waarin kansen ongelijk verdeeld zijn, biedt ondernemerschap jongeren de mogelijkheid om zelf richting te geven aan hun toekomst – los van systemen die hen vaak onvoldoende erkennen of ondersteunen.

Toch blijven veel jongeren – zeker jongeren met een migratieachtergrond of uit vmbo-routes – verstoken van toegang tot netwerken, kapitaal en rolmodellen. Startups van ondernemers met een migratieachtergrond, uit het mbo of uit sociaal kwetsbare milieus krijgen structureel minder toegang tot kapitaal, markten en mentorschap. Dit terwijl inclusieve ondernemerspraktijken niet alleen eerlijker, maar ook economisch slimmer zijn.[vii]Uit een analyse in MeJudice blijkt dat een inclusiever ecosysteem uiteindelijk ook een veerkrachtiger en innovatiever ecosysteem is – iets waar iedereen bij wint.[viii]

Die uitsluiting is niet alleen een kwestie van kleur of achtergrond, maar ook van wat schrijver Joris Luyendijk de ‘zeven vinkjes’ noemt: de onzichtbare privileges van gender, huidskleur, opleidingsniveau en afkomst, die bepalen wie er als vanzelfsprekend serieus wordt genomen – en wie telkens weer moet bewijzen dat hij of zij erbij hoort. Juist in een wereld die pretendeert meritocratisch te zijn, worden deze culturele en systemische vooroordelen vaak niet erkend, laat staan bestreden. Hard werken is niet genoeg als het systeem rond ondernemerschap vooral is ontworpen voor een beperkte groep.[ix] 

Deze structurele blinde vlek proberen we in het Dutch New Narrative Lab (DNNL) zichtbaar te maken én om te zetten in handelingsperspectief. In de afgelopen jaren hebben we gesprekken gevoerd met meer dan vierhonderd stakeholders: ondernemers, investeerders, ambtenaren, onderzoekers en maatschappelijke organisaties. Het agenderen van inclusief ondernemerschap en inclusief financieren wint langzaam maar zeker terrein.[x] Maar we moeten nog veel meer investeren in ethisch en inclusief ondernemerschapseducatie, zeker op scholen waar economische kansen niet vanzelfsprekend zijn.[xi]

Ik zie hoeveel het voor jongeren betekent om zich te kunnen spiegelen aan mensen die op hen lijken, die hun strijd en hoop herkennen, en die laten zien dat het anders kan. Via het Dutch New Narrative Lab maken we zulke rolmodellen zichtbaar – niet als uitzonderingen, maar als voorlopers van een bredere beweging. Dat besef maakt ook mijn waardering voor figuren als Maria Sibylla Merian zo actueel: vrouwen die in hun tijd tegen de stroom in gingen, schoonheid en kennis combineerden, en het onzichtbare zichtbaar maakten. Zij herinneren ons eraan dat wie afwijkt van de norm, juist daardoor richting kan geven aan de toekomst.

De verantwoordelijkheid van volwassenen

Maria Sibylla Merian had zich kunnen neerleggen bij de realiteit van haar tijd. Ze had kunnen accepteren dat kennis werd gecontroleerd door een kleine elite, dat vrouwen geen rol speelden in wetenschap, dat waarheden niet ter discussie mochten worden gesteld. Maar ze deed het niet. Ze keek verder dan de vastgelegde paden en creëerde haar eigen mogelijkheden. Ze bewees dat kennis geen privilege hoeft te zijn, maar een keuze is.

Hoeveel van ons durven die keuze vandaag echt te maken? Hoe vaak zien we om ons heen dat volwassenen mooie woorden spreken over gelijke kansen, over innovatie, over ondernemerschap – maar in de praktijk vasthouden aan structuren die juist dat onmogelijk maken? We vragen jongeren om moedig te zijn, om kritisch te denken, om onafhankelijk te zijn.
We vertellen ze dat de toekomst aan hen is. Maar hoe vaak laten wij, als volwassenen, zien dat we zelf durven te handelen naar de principes die we verkondigen?

Verandering begint niet in vergaderzalen of beleidsnota’s. Zij begint dichtbij. In onze eigen kring. Juist binnen families en netwerken die zichzelf als vooruitstrevend en maatschappelijk betrokken beschouwen, wordt pijnlijk zichtbaar hoe groot de kloof tussen idealen en praktijk kan zijn. Hoe makkelijk waarden als kansengelijkheid en emancipatie worden beleden in woorden, maar in daden onderhevig blijken aan oude patronen en stilzwijgende structuren.

Dit is geen beschuldiging, maar een uitnodiging tot reflectie. Want als we écht willen dat jongeren hun eigen toekomst kunnen bouwen, dan moeten wij als volwassenen laten zien dat we bereid zijn om los te laten. Dat we niet alleen ruimte maken voor nieuwe stemmen,
maar ze ook werkelijk laten spreken en invloed laten hebben.

Laten we vaker kijken naar de jongeren om ons heen. Naar onze eigen kinderen, leerlingen, collega’s en vrienden. Laten we in ons dagelijks leven ruimte maken voor hun ideeën. Laten we niet alleen zeggen dat we openstaan voor verandering, maar dat ook laten zien in onze keuzes, in hoe we luisteren, in hoe we deuren openen. En als we dat in onze directe omgeving kunnen doen, dan kunnen we het ook breder trekken. Dan kunnen we als samenleving eindelijk eens in de praktijk brengen wat we preken. 

Als vader van twee dochters die opgroeien tussen Amsterdam en Paramaribo, zwart en wit, heden en geschiedenis, voel ik de verantwoordelijkheid om hen – en hun generatie – niet alleen vaardigheden mee te geven, maar ook het geloof dat een rechtvaardiger samenleving mogelijk is. Niet door af te wachten, maar door zelf te denken, te doen en te bepalen – met hoop als erfenis.


Noten

[i] Over de pauwenbloem (Caesalpinia pulcherrima), het gebruik ervan door tot slaaf gemaakte vrouwen als anti-conceptiemiddel en om abortus op te wekken, en de symboliek hierin van hoop, autonomie en doorwerking van geschiedenis, zie: Podium voor de toekomst (2022). Gesprek Ruben Brave met Carmen Cabo Over Maria Sybilla Merian: symbool voor vrouwelijk autonomie
[ii] Brave, Ruben, Russo, Federica, Wagemans, Jean (2022). Argument-Checking: A Critical Pedagogy Approach to Digital Literacy. SSRN.
[iii] Reuters Fact Check (8 maart 2021). Fact Check: Homework spelled backwards does not mean child abuse in Latin.
[iv] Ruben Brave, Federica Russo, Jean Wagemans (2022). Argument-Checking: A Critical Pedagogy Approach to Digital Literacy. SSRN.
[v] Internet Society Netherlands Chapter. Whoever does not study rhetoric will be the victim of it. ISOC.
[vi] Zie bijvoorbeeld de initiatieven van het NJI op het vlak van mentale veerkracht en morele ontwikkeling van jongeren. Kraak, A. en M. Kleinjan (2021). Naar gezamenlijke veerkracht en kansen voor iedereen. NJI.
[vii] Rijksoverheidsartikel, ministerie van EZ (18 december 2023). Diversiteit en inclusie bij startups: een krachtbron voor innovatie en groei. Nederland dreigt economisch achterop te raken als het het ondernemingspotentieel van vrouwen en mensen met een migratieachtergrond niet beter benut, zie: de Volkskrant (4 augustus 2024). Wil Nederland economisch leidend zijn, dan zijn ondernemende vrouwen en migranten hard nodig. 
[viii] Me Judice (12 januari 2023). Ondernemerschap: inclusiever ecosysteem is een beter ecosysteem.
[ix] Erzsó Alföldy (14 augustus 2024). Diversiteit en ondernemerschap in tech: ‘Hard werken niet genoeg’. Intermediair.
[x] Dit jaar werd ik opgenomen in de MT/Sprout Inclusive30 – een lijst van dertig mensen die bijdragen aan een inclusiever ondernemingsklimaat. Ik zie dit niet als een persoonlijke onderscheiding, maar als een erkenning van het werk dat velen samen verzetten.
[xi] OECD. Youth Entrepreneurship Policy Academy.

Oorspronkelijk gepubliceerd door

Wiardi Beckman Stichting
    Hoop als erfenis|Word vriend

    Gerelateerde thema's en dossiers: